De Buurtkapper strijd tegen eenzaamheid

Iraanse vluchteling Kouresh Rahadari strijdt met De Buurtkapper tegen eenzaamheid en armoede in Zuidwest. In het artikel in Leidschdagblad van dinsdag 26 november vertelt hij over het verblijf in een asielzoekerscentrum: ,,Het zwaarst is dat je niet mag werken. Je zit alleen maar te wachten.’’

Het geluksgevoel dat hij twee dagen in de week bij zichzelf kan oproepen als hij in De Buurtkapper Zuidwest zijn klanten knipt, is lang afwezig geweest. Kouresh Rahadari, die twintig jaar geleden vluchtte uit Iran, kan geroerd zijn door verhalen die hij van de mensen in zijn stoel hoort en de reacties die hij krijgt. ,,Ik blijf dit doen, ook als ik straks een baan heb.’’

Vrijwilligerswerk
Buurtontmoetingsplek (BOP) Rijn en Vliet is de enige BOP in Leiden waar een kapsalon zit. Voor Rahadari een uitkomst. ,,Ik werk momenteel niet. Ik heb vrijstelling vanwege een fietsongeluk vorig jaar, vandaar dat ik me heb aangemeld om vrijwilligerswerk te doen. Ik ben bij een andere BOP in de Mors geweest en zij wezen me door naar hier. Ze waren op zoek naar kappers. Ik ben de hoofdkapper. Ik heb de meeste ervaring. Ik heb in het asielzoekerscentrum altijd mensen geholpen met hun haar. Ik vond het fijn om vrienden te helpen. Ik was al kapper in Iran, maar hier moest ik een opleiding kiezen en daarom heb ik ook hier mijn papieren gehaald. Het wordt makkelijker als je diploma’s hebt om voor iemand te gaan werken. De ene dag heb ik veel energie en kracht, de andere dag lig ik plat vanwege lichamelijke klachten. Vandaar dat ik geen werk heb. Ik wil graag voor mezelf beginnen en misschien krijg ik daar hulp bij. Er zijn veel kapsalons in Leiden. Aan de ene kant is dat goed, maar voor mij maakt dat het moeilijker. Een baas neemt niet graag mensen zoals ik aan, omdat ik niet altijd kan werken. Daarom is het leuk om dit te doen.’’

BOP
,,Met de BOP ben ik hartstikke blij. Als ik niet knip, kom ik ook langs. Een beetje kletsen met anderen en activiteiten doen. Er zitten hier veel verschillende nationaliteiten. Het idee is top. Er wordt veel georganiseerd. Anders is het maar saai. Wat je wil is hier, wat je kunt bepaal je niet zelf. Ik wil zo graag een normaal leven. Een uitkering is goed, maar niet voor lange tijd. Ik wil actief zijn en niet alleen thuisblijven. Ik wil ook wat voor andere mensen doen. Veel mensen kunnen niet naar de kapper. Voor werklozen of mensen met een bijstandsuitkering is het gewoon duur. Mensen die al hun geld nodig hebben om te kunnen eten en zo te overleven, kan ik nu bijstaan. Ze werden niet mooi geknipt en door mij gaan ze netjes de deur uit. Ik knip alle nationaliteiten. Ik kijk niet naar kleur of wat. Ik knip ook vrouwen met een hijab – een hoofddoek – maar niet alle vrouwen willen door mij geknipt worden. Dat snap ik wel. We mogen de ruimte van Libertas lenen. Mensen komen op afspraak. Ik praat met de klanten en hoor heel veel leuke verhalen, maar ook verdrietige. Er zijn weinig gelijkenissen met mijn situatie, maar de problemen zijn hetzelfde.’’

,,Soms krijg ik tranen in mijn ogen als ik de reactie zie wanneer ze in de spiegel kijken. Mensen die vijf jaar niet naar de kapper zijn geweest. Er was een vrouw van 61. Ze was hier vorige week. Ze spaarde voor andere dingen, want kappers zijn duur. Ik had haar haar geknipt en geverfd en ze moest het tegen iedereen vertellen. Ze was aan het huilen van geluk. Echt. Ik blijf dit doen, ook als ik straks een baan heb. Ik heb deze situatie meegemaakt en weet hoe blij je mensen kunt maken, want ik werd zelf blij als ik werd geholpen.’’

 

Leidsch Dagblad 26 november 2019, Gertjan van Geen

Foto Hielco Kuipers